Vanaf 1 januari 2025 hanteert Nederland nieuwe regels voor de fiscale kwalificatie van buitenlandse rechtsvormen. Die regels zijn neergelegd in de Wet fiscaal kwalificatiebeleid rechtsvormen en wijzigen hoe Nederland entiteiten uit andere landen kwalificeert als transparant of niet-transparant. Voor ATAD2-analyses die vóór 2025 zijn opgesteld, kan dit betekenen dat eerder als "niet van toepassing" beoordeelde structuren nu wél een hybride mismatch bevatten.
De Wet fiscaal kwalificatiebeleid rechtsvormen (Vpb) verandert hoe Nederland buitenlandse rechtsvormen kwalificeert. Voor ATAD2-dossiers die vóór 2025 zijn opgesteld, is een herziening nodig.
Wat regelt de Wet fiscaal kwalificatiebeleid rechtsvormen?
Tot en met 2024 gebruikte Nederland een functionele vergelijkingsmethode om buitenlandse entiteiten te kwalificeren. Per geval werd beoordeeld of een buitenlandse rechtsvorm voldoende leek op een Nederlandse transparante of niet-transparante entiteit. Die benadering was in de praktijk onzeker en leidde tot uiteenlopende uitkomsten voor vergelijkbare structuren.
Vanaf 1 januari 2025 geldt een formeel lijstensysteem. De Wet fiscaal kwalificatiebeleid rechtsvormen introduceert vaste kwalificaties per rechtsvormtype, uitgewerkt per land. Dat betekent concreet:
- Sommige buitenlandse personenvennootschappen die Nederland vóór 2025 als transparant behandelde, zijn nu niet-transparant.
- Omgekeerd zijn er entiteiten die eerder als niet-transparant werden aangemerkt en nu transparant zijn.
- De kwalificatie is niet langer afhankelijk van een inhoudelijke vergelijking, maar van de lijsten die bij of krachtens de wet zijn vastgesteld.
De praktische consequentie: een entiteit die in een ATAD2-analyse uit 2023 op een bepaalde manier werd geclassificeerd, kan onder de nieuwe wet een andere classificatie hebben. Daarmee kan een eerder vastgestelde mismatch-conclusie onjuist zijn geworden, in beide richtingen: een mismatch die niet meer bestaat, of een nieuwe mismatch die eerder niet zichtbaar was.
De kwalificatielijsten zijn gepubliceerd in de Staatscourant en worden per land en rechtsvormtype bijgehouden. Raadpleeg de meest recente versie bij elke ATAD2-herziening, niet uitsluitend de wettekst zelf.
Wanneer ontstaat een nieuw risico?
Een nieuw mismatch-risico ontstaat zodra de kwalificatie van een buitenlandse entiteit wijzigt. Er zijn twee richtingen:
Van transparant naar niet-transparant
Als Nederland een entiteit die vóór 2025 als transparant werd behandeld, nu als niet-transparant kwalificeert, en de woonstaat van de deelnemer de entiteit nog steeds als transparant ziet, kan een deduction/no-inclusion (D/NI) situatie ontstaan. De deelnemer neemt de betaling op als aftrekpost, terwijl er geen corresponderende belastingheffing plaatsvindt op het niveau van de nu niet-transparante entiteit. Dit is een klassieke primaire mismatch onder art. 12aa Wet Vpb 1969.
Van niet-transparant naar transparant
Als een entiteit die Nederland vóór 2025 als niet-transparant behandelde, nu als transparant wordt gekwalificeerd terwijl een buitenlandse deelnemer met een belang van 50% of meer de entiteit als niet-transparant beschouwt, kan de omgekeerde hybride van art. 12ae Wet Vpb 1969 van toepassing worden. Dat artikel is per 1 januari 2022 in werking getreden en was bij sommige oudere ATAD2-dossiers nog niet volledig geïntegreerd.
Beide richtingen vereisen heranalyse. De meest voorkomende impact is zichtbaar bij US LLCs, UK LLPs en Duitse GmbH & Co. KGs. Voor deze rechtsvormen is de kwalificatiewijziging het meest ingrijpend en het meest gedocumenteerd in de gepubliceerde lijsten.
Een kwalificatiewijziging hoeft niet alleen nieuwe risico's te creëren. Ze kan ook een bestaande mismatch doen vervallen. Dat klinkt gunstig, maar als uw dossier de onjuiste conclusie blijft voeren, presenteert u de Belastingdienst een onnauwkeurig beeld van uw structuur. Dat leidt tot onnodige discussies en verhoogt het controlerisico.
Bestaande documenten zijn verouderd
ATAD2-documentatie die vóór 1 januari 2025 is opgesteld en een entiteitsclassificatieanalyse bevat, loopt het risico onjuist te zijn. Dat is geen academisch risico: de Belastingdienst kan op grond van de documentatieplicht van art. 12ag Wet Vpb 1969 om actuele documentatie verzoeken.
Een analyse uit 2022 of 2023 dekt de kwalificatieregels van 2025 niet af. De wet die de classificatie bepaalt, is veranderd. De overgangsbepalingen introduceerden per 31 december 2024 een fictieve vervreemding voor entiteiten waarvan de kwalificatie wijzigt. Dat moment markeert een harde breuk in de ATAD2-analyse: alles wat daarna ligt, moet worden beoordeeld aan de hand van de nieuwe kwalificatietabellen.
Als de Belastingdienst documentatie opvraagt en uw dossier bevat een classificatieanalyse die is gebaseerd op de oude functionele vergelijkingsmethode, zonder verwijzing naar de Wet fiscaal kwalificatiebeleid rechtsvormen, heeft u feitelijk geen geldig ATAD2-dossier meer voor het jaar 2025. De bewijslast keert dan om: u moet aantonen dat de ATAD2-regels niet van toepassing zijn, in plaats van dat de Belastingdienst het tegendeel moet bewijzen.
Welke structuren moeten opnieuw worden beoordeeld?
Niet elke structuur heeft dezelfde urgentie. De volgende situaties verdienen prioriteit:
- Structuren met US LLCs. De US LLC is in Nederland traditioneel behandeld als niet-transparant (tenzij een check-the-box-keuze anders bepaalt). Onder de nieuwe wet kan die kwalificatie afwijken van de behandeling in de VS, waarbij de LLC als transparant wordt gezien. Dit is een klassiek D/NI-scenario.
- Structuren met UK LLPs. UK LLPs worden in het Verenigd Koninkrijk doorgaans als transparant behandeld. De kwalificatie onder de nieuwe Nederlandse lijsten kan daarvan afwijken, met mismatch-gevolgen.
- Canadese unlimited companies en vergelijkbare hybride vennootschappen. Deze rechtsvormen worden in hun thuisland vaak als transparant behandeld terwijl Nederland ze als niet-transparant kwalificeert.
- Iedere structuur waarbij de ATAD2-conclusie "geen mismatch" was op basis van een entiteitsclassificatie. Als die classificatie nu anders uitvalt, is de conclusie potentieel onjuist.
- Structuren met bestaande mismatches. Ook hier moet worden geverifieerd of het mismatch-bedrag is gewijzigd als gevolg van een andere kwalificatie.
| Rechtsvorm | Thuisland | Risico bij kwalificatiewijziging |
|---|---|---|
| LLC (Limited Liability Company) | Verenigde Staten | D/NI als NL nu niet-transparant kwalificeert, VS transparant behandelt |
| LLP (Limited Liability Partnership) | Verenigd Koninkrijk | D/NI of omgekeerde hybride afhankelijk van deelnemersstructuur |
| GmbH & Co. KG | Duitsland | Omgekeerde hybride (art. 12ae) als NL transparant kwalificeert |
| Unlimited Company | Canada / Ierland | D/NI of importmismatch via toeleveringsketen |
| SCS (Société en commandite simple) | Luxemburg | Herzien na publicatie van geactualiseerde Luxemburg-lijst |
Stappenplan voor de update
Een gestructureerde herziening van uw ATAD2-dossier verloopt in zes stappen:
- Inventariseer alle buitenlandse entiteiten in de groepsstructuur. Inclusief entiteiten die niet direct bij Nederlandse belastingplichtige entiteiten horen, maar via tussenliggende vennootschappen verbonden zijn.
- Raadpleeg de nieuwe kwalificatietabellen. De Staatscourantlijsten per land en rechtsvormtype zijn de primaire bron. Vergelijk de nieuwe kwalificatie met de kwalificatie die in uw bestaande ATAD2-documentatie is opgenomen.
- Vergelijk de nieuwe classificatie met de 2024-analyse. Identificeer voor welke entiteiten de kwalificatie is veranderd. Dit zijn de entiteiten waarvoor de mismatch-analyse opnieuw moet worden uitgevoerd.
- Hervoer de D/NI- en omgekeerde-hybride-analyse voor gewijzigde kwalificaties. Gebruik de relevante wetsartikelen (art. 12aa, 12ab en 12ae Wet Vpb 1969) als structuur. Documenteer de conclusie per arrangement.
- Actualiseer het ATAD2-memo en de compliance-checklist. Zorg dat de documentatie verwijst naar de Wet fiscaal kwalificatiebeleid rechtsvormen en de toepasselijke kwalificatietabel. Een verwijzing naar de oude functionele vergelijkingsmethode is niet langer voldoende.
- Leg de geactualiseerde documentatie vast vóór de indiening van de VPB-aangifte 2025. De standaardindieningstermijn voor belastingplichtigen met een boekjaar gelijk aan het kalenderjaar is 1 juni 2026, met de mogelijkheid van uitstel. De documentatie moet gereed zijn vóórdat de aangifte wordt ingediend.
Leg de vergelijking tussen de oude en nieuwe kwalificatie expliciet vast in uw dossier. Een tabel met "kwalificatie 2024 / kwalificatie 2025 / consequentie voor mismatch-analyse" maakt de redenering transparant en vergemakkelijkt toekomstige jaarlijkse updates.
Verhouding tot de art. 12ae omgekeerde hybride regels
Een specifieke consequentie van de kwalificatiewijzigingen betreft art. 12ae Wet Vpb 1969, de omgekeerde hybride bepaling. Die bepaling is van toepassing als een Nederlandse entiteit als transparant wordt behandeld onder Nederlands recht, maar als niet-transparant wordt gezien door een buitenlandse deelnemer met een belang van 50% of meer.
De Wet fiscaal kwalificatiebeleid rechtsvormen kan hierbij op twee manieren van invloed zijn:
Nieuwe toepasselijkheid van art. 12ae
Als een Nederlandse entiteit vóór 2025 door een buitenlandse investeerder als transparant werd behandeld (en dus art. 12ae niet van toepassing was, omdat beide zijden transparant kwalificeerden), maar de buitenlandse investeerder zijn thuisland zijn entiteit nu als niet-transparant kwalificeert op grond van de nieuwe Nederlandse regels, kan art. 12ae alsnog van toepassing worden. Dit is een subtiele maar reele situatie bij grensoverschrijdende samenwerkingsverbanden waarbij de kwalificatie wederzijds afhing van de andere zijde.
Vervallen van bestaande art. 12ae-toepassingen
Omgekeerd kan een bestaande art. 12ae-positie komen te vervallen als de kwalificatiewijziging ertoe leidt dat beide zijden de entiteit nu op dezelfde manier behandelen. Ook dat vereist een update van het dossier: een wetsartikel dat niet langer van toepassing is, moet niet meer als actief risico worden vermeld.
Voor de VPB-aangifte 2025 is dit bijzonder relevant. Art. 12ae is pas per 1 januari 2022 in werking getreden. Dossiers die zijn opgesteld vóór de inwerkingtreding van die bepaling en sindsdien niet zijn herzien, dienen sowieso een volledige art. 12ae-toets te ondergaan, los van de kwalificatiewijzigingen per 2025.
Bij structuren met buitenlandse aandeelhouders die een belang van 50% of meer houden in een Nederlandse personenvennootschap of vergelijkbare transparante entiteit, is een expliciete art. 12ae-toets onontbeerlijk. Het ontbreken van die toets in de documentatie geldt als een materieel gebrek onder art. 12ag Wet Vpb 1969.
Wilt u weten of uw structuur een omgekeerde hybride of D/NI-risico bevat? Doe de gratis Risicocheck en ontvang direct inzicht in uw ATAD2-blootstelling.