Terug naar Blog
ATAD-overzicht

ATAD uitgelegd: ATAD1, ATAD2 en ATAD3 (en wat het voor jouw structuur betekent)

ATAD staat voor Anti Tax Avoidance Directive, de Europese richtlijn tegen belastingontwijking. Er zijn twee aangenomen versies: ATAD1 (Richtlijn (EU) 2016/1164) en ATAD2 (Richtlijn (EU) 2017/952), die ATAD1 aanvult op het punt van hybride mismatches. Daarnaast was er een voorstel dat vaak ATAD3 wordt genoemd, maar dat is nooit geldend recht geworden: de EU-lidstaten hebben het in juni 2025 stopgezet. Hieronder lees je per onderdeel wat de regels inhouden en wanneer ze jouw structuur raken.

Wat is ATAD?

ATAD is de verzamelnaam voor de EU-richtlijnen die belastingontwijking via de vennootschapsbelasting tegengaan. De basis is ATAD1, Richtlijn (EU) 2016/1164, vastgesteld door de Raad van de Europese Unie op 12 juli 2016. Het gaat om minimumharmonisatie: elke lidstaat moest ten minste deze antimisbruikmaatregelen invoeren, maar mocht strenger zijn. Nederland heeft op verschillende punten voor de strengere variant gekozen.

ATAD2, Richtlijn (EU) 2017/952, volgde op 29 mei 2017. ATAD2 wijzigt ATAD1 en richt zich specifiek op hybride mismatches, inclusief situaties met landen buiten de EU (derde landen). ATAD2 is dus geen losstaande richtlijn, maar een uitbreiding van het hybride-mismatch-onderdeel van ATAD1.

In Nederland zijn deze regels opgenomen in de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 (Wet Vpb 1969). ATAD1 is grotendeels per 1 januari 2019 ingevoerd, ATAD2 per 1 januari 2020. De afzonderlijke regels voor omgekeerde hybride lichamen gelden vanaf 1 januari 2022.

Kernpunt

ATAD raakt vooral groepen met grensoverschrijdende financiering, buitenlandse deelnemingen of hybride rechtsvormen. Een puur binnenlandse onderneming zonder grensoverschrijdende verbonden transacties komt de meeste ATAD-regels niet tegen. De documentatieplicht uit ATAD2 geldt echter voor iedere VPB-plichtige, ook wie concludeert dat er geen mismatch is.

ATAD1 in de Wet Vpb 1969

ATAD1 bevat vier hoofdmaatregelen. In de Nederlandse wet zien die er als volgt uit.

1. Earnings-stripping: de generieke renteaftrekbeperking (art. 15b)

De earnings-strippingmaatregel staat in art. 15b Wet Vpb 1969. Die beperkt het saldo aan renten (rentelasten min rentebaten) dat een vennootschap mag aftrekken tot het hoogste van twee bedragen: een percentage van de gecorrigeerde winst (de fiscale EBITDA) of een vaste drempel. Voor boekjaren vanaf 1 januari 2025 is dat percentage 24,5% van de gecorrigeerde winst en blijft de drempel EUR 1.000.000. Komt het saldo aan renten boven die grens uit, dan is het meerdere in dat jaar niet aftrekbaar (met voortwenteling naar latere jaren).

Controleer het actuele percentage

Het EBITDA-percentage is sinds de invoering meermaals gewijzigd: 30% (2019–2021), 20% (2022–2024) en 24,5% vanaf 2025. Voor specifieke vastgoedlichamen met aan derden verhuurd vastgoed gelden bovendien aanvullende regels. Controleer altijd het percentage en de drempel in de actuele wettekst van art. 15b Wet Vpb 1969 voordat je hierop een berekening baseert.

2. CFC-maatregel (art. 13ab)

De CFC-maatregel (Controlled Foreign Company) in art. 13ab Wet Vpb 1969 rekent bepaalde niet-uitgekeerde, passieve inkomsten van een laagbelast gecontroleerd buitenlands lichaam of een laagbelaste vaste inrichting toe aan de Nederlandse belastbare winst. Het doel is voorkomen dat winst kunstmatig wordt geparkeerd in laagbelastende jurisdicties. De maatregel geldt vanaf 1 januari 2019.

3. Exitheffing

De exitheffing (eindafrekening) zorgt ervoor dat in Nederland opgebouwde stille reserves worden belast wanneer vermogensbestanddelen of de fiscale woonplaats naar het buitenland verdwijnen. Zo blijft de Nederlandse heffingsclaim behouden op het moment dat die buiten bereik dreigt te raken. ATAD1 harmoniseerde deze exitheffing binnen de EU, met onder meer de mogelijkheid de heffing in termijnen te betalen. In de Wet Vpb 1969 is dit onder meer terug te vinden in de eindafrekeningsbepalingen (art. 15c en 15d).

4. De algemene antimisbruikbepaling (GAAR)

ATAD1 schrijft ook een algemene antimisbruikregel voor, de General Anti-Abuse Rule (GAAR), in artikel 6 van de richtlijn. Nederland heeft hiervoor geen nieuw wetsartikel ingevoerd. Volgens de wetgever was de in de rechtspraak ontwikkelde leer van fraus legis (wetsontduiking) al gelijkwaardig aan de GAAR. De GAAR werkt in Nederland dus via die bestaande leer en niet via een aparte codificatie.

ATAD2: hybride mismatches (art. 12aa t/m 12ag)

ATAD2 pakt hybride mismatches aan: situaties waarin twee landen dezelfde betaling, hetzelfde instrument of dezelfde entiteit fiscaal anders kwalificeren, met dubbele aftrek of dubbele niet-heffing als gevolg. In Nederland staan deze regels in afdeling 2.2a van de Wet Vpb 1969, de artikelen 12aa tot en met 12ag. Een uitgebreide doorloop per artikel vind je in onze praktische kaart van de artikelen 12aa–12ag.

Het klassieke CV/BV-voorbeeld

De bekendste illustratie is de CV/BV-structuur. Een Nederlandse besloten commanditaire vennootschap (CV) is naar Nederlands recht fiscaal transparant: Nederland belast de CV niet zelf, maar rekent haar winst toe aan de vennoten. Een Amerikaanse moeder kon diezelfde CV via een check-the-box-keuze juist als niet-transparant behandelen, dus als een zelfstandig lichaam. Daardoor viel het inkomen in de CV in geen van beide landen direct in de heffing: Nederland keek door de CV heen naar de VS, terwijl de VS een buitenlandse vennootschap zag waarvan de winst pas bij uitkering werd belast. Dat is precies het type dubbele niet-heffing dat ATAD2 wegneemt.

Aftrek zonder betrekking in de heffing (D/NI)

De meest voorkomende mismatch is aftrek zonder inclusie, ofwel deduction/no-inclusion (D/NI): een betaling is aftrekbaar bij de betaler, maar valt niet in de belastbare winst van de ontvanger. De primaire regel van art. 12aa Wet Vpb 1969 weigert dan de aftrek in Nederland. Past het andere land zijn eigen primaire regel niet toe, dan eist de secundaire regel van art. 12ab dat Nederland het bedrag alsnog in de heffing betrekt. Hoe dit precies werkt, leggen we uit in ons artikel over aftrek zonder inclusie (D/NI) onder art. 12aa.

Dubbele aftrek (double deduction)

Bij dubbele aftrek (double deduction, DD) wordt dezelfde last in twee landen afgetrokken. Art. 12aa weigert die dubbele aftrek in Nederland, tenzij er dubbel in aanmerking genomen inkomen (dual inclusion income) tegenover staat. Art. 12af biedt voor die situatie een tegemoetkoming, zodat de regels niet tot permanente dubbele heffing leiden.

De omgekeerde hybride (art. 12ae)

Een omgekeerd hybride lichaam is een in Nederland transparante entiteit (zoals een CV) die door een buitenlandse deelnemer met een belang van 50% of meer juist als niet-transparant wordt gezien. Sinds 1 januari 2022 maakt dit zo'n lichaam zelfstandig VPB-plichtig in Nederland. De kwalificatietoets en de 50%-drempel staan in art. 2 lid 12 Wet Vpb 1969; art. 12ae bevat de flankerende mismatch-regels. Het lichaam zelf doet dan aangifte; de belastingplicht gaat niet over op de deelnemers. Meer hierover lees je in ons artikel over de omgekeerde hybride entiteit en art. 12ae.

De documentatieverplichting (art. 12ag)

Tot slot legt art. 12ag Wet Vpb 1969 elke VPB-plichtige een documentatieverplichting op. Je moet in je administratie kunnen onderbouwen waarom de hybride-mismatchregels wel of niet van toepassing zijn. Ontbreekt die onderbouwing, dan kan de Belastingdienst de bewijslast omkeren: dan moet jij aantonen dat de regels niet gelden, in plaats van andersom. Wat er precies in het dossier hoort, beschrijven we in ons artikel over de documentatieverplichting onder art. 12ag.

Verbondenheidsdrempel: 25% (en 50% voor omgekeerde hybriden)

De algemene hybride-mismatchregels (art. 12aa t/m 12ad) gelden bij een belang van 25% of meer, direct of indirect. Voor de omgekeerde hybride van art. 12ae geldt een drempel van 50%. Onder die drempels kan een betaling alleen meetellen als zij onderdeel is van een gestructureerde regeling.

ATAD3 (Unshell): een voorstel dat is stopgezet

ATAD3 is de naam die in de praktijk wordt gebruikt voor het voorstel van de Europese Commissie tegen het misbruik van doorstroomvennootschappen zonder voldoende substance. Het officiele voorstel (COM(2021) 565) verscheen op 22 december 2021 en staat ook bekend als de Unshell-richtlijn. De gedachte: lege vennootschappen die wel een belastingvoordeel claimen maar geen reele activiteit, mensen of middelen hebben, zouden bepaalde verdrags- en richtlijnvoordelen verliezen.

ATAD3 is nooit aangenomen en is geen geldend recht. De lidstaten konden het na jaren onderhandelen niet eens worden, onder meer over de samenloop met de bestaande antimisbruik- en rapportageregels. Op 18 juni 2025 heeft de Raad (Ecofin) het Unshell-voorstel in zijn toenmalige vorm stopgezet. De EU overweegt substance-elementen in plaats daarvan onder te brengen in een mogelijke herziening van de gegevensuitwisselingsregels (DAC). Er gelden dus geen ATAD3-verplichtingen, en of er ooit nog een vergelijkbare regeling komt is onzeker.

Behandel ATAD3 als voorstel, niet als wet

Baseer geen verplichtingen of conclusies op ATAD3 als geldend recht. Het voorstel is in juni 2025 stopgezet, dus er zijn op dit moment geen ATAD3-verplichtingen. Wil je vooruitkijken bij structuren met houdster- of tussenhoudstervennootschappen, houd dan de mogelijke opvolger via de DAC-regels in de gaten.

Wat betekent dit voor jouw structuur?

De praktische vraag is welke onderdelen van ATAD jouw groep raken. Een paar vuistregels:

  • Heb je veel groepsfinanciering of hoge rentelasten? Dan is de earnings-strippingmaatregel van art. 15b relevant voor je aftrekruimte.
  • Heb je laagbelaste buitenlandse deelnemingen of vaste inrichtingen? Toets dan de CFC-maatregel van art. 13ab.
  • Verplaats je vermogen of zetel naar het buitenland? Houd rekening met de exitheffing.
  • Heb je grensoverschrijdende verbonden betalingen, hybride instrumenten of rechtsvormen die per land anders worden gekwalificeerd (zoals een CV, LLC of LLP)? Dan kan ATAD2 spelen, en geldt sowieso de documentatieplicht van art. 12ag.

Voor het ATAD2-deel is op deze site verdere verdieping beschikbaar. Begin bij de praktische kaart van de artikelen 12aa–12ag voor het complete overzicht. Ga daarna gericht door naar aftrek zonder inclusie (D/NI), de omgekeerde hybride van art. 12ae en de documentatieverplichting van art. 12ag. Werk je met buitenlandse rechtsvormen, lees dan ook ATAD2 en het kwalificatiebeleid 2025, want sinds 1 januari 2025 kwalificeert Nederland buitenlandse entiteiten via vaste lijsten in plaats van een vergelijking per geval.

Wil je snel weten of je structuur een hybride-mismatchrisico bevat? Doe de gratis Risicocheck en krijg direct inzicht in je ATAD2-blootstelling.

HybridMismatch.com

Check je structuur met de gratis Risicocheck

In minder dan vijf minuten weet je of jouw groep onder de ATAD2 hybride-mismatchregels valt. Het is een zelfbedieningstool, geen fiscaal advies.